Internet. Bah?

Binnenkort vertrekken we op vakantie. Daar komt nog de nodige voorbereiding bij kijken en daarbij maak ik dankbaar gebruik van internet. Zo heeft een schoonfamilielid in Tunesië een nieuw zomerhuis gebouwd op het platteland en daar hebben ze last van muizen. Ze heeft ons gevraagd een ultrasone muizenverjager voor haar mee te nemen. Via internet vond ik de nodige informatie en heb ik uiteindelijk zo’n apparaat besteld. Vanmorgen werd het netjes aan huis bezorgd. Een ander schoonfamilielid trouwt deze zomer. Na lang zoeken heb ik wel een geschikte jurk gevonden, maar hoe vaak ik ook de stad in ging, leuke bijpassende schoenen vond ik niet. Via internet vond ik ze gisteren wel, op de site van een postorderbedrijf. Besteld, en vanmiddag werden ze aan huis bezorgd. En dan wil ik natuurlijk ook genoeg te lezen hebben tijdens die lange warme vakantie. Ik had een tijd geleden al een gedeeltelijke oplossing voor het zwareboekenprobleem gevonden in de bookazines van Libelle: volledige romans in tijdschriftformaat. Scheelt een hoop gewicht. Maar om nog meer leesvoer te kunnen meenemen, heb ik uiteindelijk besloten om toch ook maar een eReader aan te schaffen, met een bundel digitale boeken erbij. Besteld via internet en de boeken alvast via internet naar mijn laptop gedownload. Gedeeltelijk betaald van verjaardagsgeld, gedeeltelijk uit eigen zak en gedeeltelijk met digitale cadeaubonnen die ik bij elkaar verdiend heb door het invullen van online enquêtes, alweer via internet.

Maar ook bij de organisatie van de reis komt internet goed van pas. De tickets voor de boot hebben we weliswaar telefonisch besteld, maar daarvoor moest ik eerst het telefoonnummer van het Tunesische reisbureau opzoeken via internet. Voor die tijd had ik uiteraard eerst de prijzen van de twee veerbootmaatschappijen die tussen Genua en Tunis varen via internet met elkaar vergeleken. De tickets heb ik via telebankieren betaald. Ten slotte laten we ons naar Genua leiden door een navigatiesysteem, dat ik voordat we vertrekken eerst nog via internet moet voorzien van het meest recente kaartmateriaal.

Terwijl ik op deze manier een hoop tijd bespaar dankzij internet, stuit ik via een ander weblog op een oud artikel in Newsweek. Onder de titel “The Internet? Bah!” schrijft ene Clifford Stoll 15 jaar geleden dat het volgens hem nooit wat zal worden met dat internet, dat hij een “most trendy and oversold community” noemt. Zo schrijft hij:

They speak of electronic town meetings and virtual communities. Commerce and business will shift from offices and malls to networks and modems. And the freedom of digital networks will make government more democratic.

Zelf ziet hij dat niet zo snel gebeuren:

How about electronic publishing? Try reading a book on disc. At best, it’s an unpleasant chore: the myopic glow of a clunky computer replaces the friendly pages of a book. And you can’t tote that laptop to the beach. Yet Nicholas Negroponte, director of the MIT Media Lab, predicts that we’ll soon buy books and newspapers straight over the Intenet. Uh, sure.

Online winkelen ziet Stoll al helemaal niet zitten:

Then there’s cyberbusiness. We’re promised instant catalog shopping—just point and click for great deals. We’ll order airline tickets over the network, make restaurant reservations and negotiate sales contracts. Stores will become obselete. So how come my local mall does more business in an afternoon than the entire Internet handles in a month? Even if there were a trustworthy way to send money over the Internet—which there isn’t—the network is missing a most essential ingredient of capitalism: salespeople.

Ik heb geen idee of Clifford Stoll nog leeft (hoewel ook dat ongetwijfeld via internet terug te vinden is) en wat hij zelf van zijn voorspelling vindt. Zou wel leuk zijn om te lezen. Zelf kon ik me in 1995 niet voorstellen dat ik ooit zelf een mobiele telefoon zou hebben, en al helemaal niet dat ik er en public op straat mee zou gaan bellen. Het kan soms heel anders lopen dan je denkt…