Netwerken

Alles heeft twee kanten. Elk voordeel heb z’n nadeel. Zo ook bij het freelancen. Ik vind het een enorm voordeel dat ik als zelfstandige zonder personeel kan werken wanneer het mij uitkomt, dat ik geen lange projectvergaderingen meer hoef bij te wonen en dat ik tijdens het werk geen gesprekken hoef aan te horen van collega’s die de hele dag met hun echtgenoten aan de telefoon hangen om vakanties te plannen en huizen in te richten. Ik kan zo snel, geconcentreerd en efficiënt werken en hou meer tijd over voor al die andere dingen die ik moet en wil doen. De andere kant van de medaille is dat het leven van een freelance vertaler wel erg eenzaam kan worden. Voor je het weet, voldoe je aan het clichébeeld van de stoffige vertaler die de hele dag op zijn/haar zolderkamer tussen de woordenboeken zit en die geen contact heeft met anderen.

Wil je niet vereenzamen, dan zul je je sociale contacten dus ergens anders moeten opdoen. Natuurlijk zijn er LinkedIn, Facebook en andere onlinenetwerken en -platforms. Leuk en handig. Je blijft in contact met collega’s, je kunt elkaar om hulp vragen bij brandende terminologiekwesties enzovoort, maar je ziet nog steeds geen echte mensen. Sommige collega-freelancers netwerken daarom daarnaast in real-life door allerlei vertaalworkshops en -congressen af te lopen, in binnen- en buitenland. Aan de berichten te zien is er een soort vaste kern van vertalers die elkaar daar telkens weer tegenkomen. Een beetje zoals een groep vaste collega’s op kantoor.  Met een schoolgaand kind en allerlei andere verplichtingen is dat voor mij niet echt een optie. Ik hou me dus vooral bij de virtuele netwerken. De echte persoonlijke contacten zoek ik buiten mijn werk. En dat heb ik al die tijd prima gevonden.

Vorige week ontdekte ik dat ik blijkbaar toch iets had gemist. Van de ongeveer 75 klanten die ik de afgelopen negen jaar heb gehad, is maar een handvol binnen een straal van 50 kilometer van mijn kantoor aan huis gevestigd. Het grootste deel zit zelfs in het buitenland, van België tot Singapore en alles wat daar tussen ligt. Ik kan dus niet makkelijk even bij een klant langs om m’n gezicht te laten zien. Maar van dat handjevol klanten die wél in de buurt zitten, bestaat er één dit jaar tien jaar en dat werd vorige week gevierd dat met een receptie voor (oud-)werknemers, klanten, partners en vertalers. Niet alleen zag ik mijn contactpersonen bij dat bedrijf voor het eerst in levende lijve, maar ik bevond me bovendien voor het eerst sinds jaren een paar uur tussen allerlei mensen uit mijn eigen vak en dat was toch best weer eens aangenaam. Ik kwam zelfs nog een collega van vroeger tegen, die de moeite had genomen om drieënhalf uur te reizen om een presentatie te komen geven. Die presentatie heb ik zelf overigens gemist, omdat ik door allerlei andere verplichtingen pas een uur na het begin van de receptie binnenkwam.

In de haast om toch nog redelijk op tijd te komen was ik vergeten een nieuwe voorraad visitekaartjes in m’n tas te doen. Het is duidelijk dat ik het echte netwerken inmiddels wat verleerd ben…

Op de website van vertaler Joy Mo ontdekte ik, naast heel veel andere nuttige dos and don’ts, ook deze acht netwerkregels voor vertalers. Dat je altijd visitekaartjes bij je moet hebben, staat er helaas niet bij. Een wat meer op virtuele netwerken gericht lijstje met tips is te vinden op Tips for Translators – Helping translators to do better business. Boven het lijstje met tips staat een lange lijst met vertaalbureaus, voor wie nog op zoek is naar nieuwe klanten. Zelf heb ik veel aan de combinatie LinkedIn/Facebook/Twitter/weblog, waarbij vooral het doorlinken (bijvoorbeeld van Twitter-berichten naar Facebook, of van blogs naar LinkedIn) erg nuttig blijkt te zijn.

Dat beeld van de vereenzaamde stoffige vertaler op een zolderkamertje mag al met al dus wel verdwijnen!

Advertisements

Communicatieproblemen

Vertaalproblemen doen zich soms op onverwachte plekken voor. Bijvoorbeeld bij een show van Derek Ogilvie. Niet, zoals je zou verwachten, bij het publiek dat onvoldoende Engels spreekt en/of Dereks Schotse accent niet verstaat, maar op een heel andere manier. Uit de Varagids voor volgende week, waarin een verslaggever een van die shows bijwoont:

Ogilvie: ‘See-eee-eeeeee…’
De vertaler/medewerker: ‘Ik zei het je toch?’
Even later zei de medewerker nogmaals dat Derek Ogilvie uit Schotland komt en dat er soms misverstanden waren met Nederlandse geesten, die geen Engels spraken. Logisch.

Ik vraag me nu wel af hoe dat dan gaat met die baby’s waar Derek mee communiceert…

Beroepsdeformatie

Een van de gevolgen van dag in dag uit met taal bezig zijn is dat je niet meer normaal naar taal kunt luisteren en niet meer normaal teksten kunt lezen. Je bent altijd alert op fouten. Zo reageerden mijn ouders, zusje en ik vroeger bij het journaal al regelmatig op taalfouten van geïnterviewden (“groter dan“, riepen we dan in koor) maar nauwelijks als er iets werd gezegd dat inhoudelijk minder logisch was. Slordige fouten in de ondertiteling kunnen mijn plezier in een film danig vergallen en een middelmatig vertaald boek (waarbij je je regelmatig afvraagt hoe een bepaalde zin in het Engels zal hebben geluid) leg ik liever meteen weg dan dat ik me blijf ergeren aan de vertaalfouten.

Taal is overal, en taalfouten dus ook. En waar de een zonder problemen overheen leest, daar struikel ik over. Zelfs op mijn vrije avond, in de pauze van een koorrepetitie. Op tafel lag een folder van de Ango, een gehandicaptenorganisatie. Of toch een organisatie met beperkingen?

Amerikanen gebruiken Nederlands wachtwoord?

Het is de Wachtwoord Wissel Week en op www.wisseljewachtwoord.nl geeft de stichting Digivaardig & Digibewust ons de mogelijkheid om via de Wachtwoord Wisselaar een nieuw, veilig wachtwoord te maken. Leuk hoor, al die W’s als het gaat om wachtwoorden voor internet (www), maar had er dan op z’n minst WachtwoordWisselWeek en WachtwoordWisselaar van gemaakt, dan was de taalfout wat minder groot. Maar dat terzijde.

Wat ik pas echt interessant vond aan het bericht dat ik hier vanmorgen over las in de Volkskrant, is dat Amerikanen blijkbaar op grote schaal een Nederlands wachtwoord gebruiken. Want, aldus de Volkskrant: “‘ABC123’ voldoet wel aan de eis om letters én cijfers te gebruiken, maar ligt te veel voor de hand. Net als het op drie na populairste wachtwoord in de VS: ‘wachtwoord’.”

Alweer oktober

Een maand geleden schreef ik nog erg optimistisch dat ik zou proberen mijn blogfrequentie wat op te voeren. Dat heb ik een week volgehouden, maar inmiddels is mijn laatste post alweer vier weken oud. Nu heb ik in de tussentijd niet stilgezeten. Mijn omzet kwam deze eerste maand na de vakantie alweer behoorlijk dicht bij het streefbedrag, maar mooier nog is dat de helft ervan afkomstig was van ‘niet-actieve’ klanten: drie klanten waarvoor ik al anderhalf tot tweeënhalf jaar niet meer had gewerkt. Een daarvan was mijn oude ondertitelklant. Ondertitelen levert weliswaar relatief weinig geld op per gewerkt uur, maar daar staat tegenover dat het een hoop werkplezier geeft. Zo heb ik me de afgelopen weken prima vermaakt met een lange documentaire over de Bee Gees en een paar afleveringen van een boordevol muziek zittende serie over het New Orleans van vlak na Katrina. Een andere leuke klus was het testen van een online muziekwinkel. Dat testen gebeurt meestal gewoon bij de klant op locatie door de eigen testers, maar in dit geval moest er dringend worden getest of alles in die winkel ook werkte met een Nederlandse Visa-kaart. Dus mocht ik twee dagen lang naar hartenlust (nou ja, volgens voorgeschreven scripts) muziek bestellen en downloaden, op kosten van de klant. Ook deze opdracht was tijdrovend en leverde relatief weinig op per gewerkt uur, maar daar staat tegenover dat mijn muziekcollectie aardig is uitgebreid!

Tussen de bedrijven door crashte mijn ‘oude’ pc, waarover ik hier regelmatig heb geklaagd, een paar keer, waarbij ik voor zover ik het nu kan overzien alleen een paar weken tijdregistratie ben kwijtgeraakt. Op de momenten dat hij wel werkte deed hij dat zo traag dat ik vorige week naar een grote elektronicazaak ben gereden en daar een gloednieuwe pc heb gekocht. Alles erop en eraan, supersnel en met een voor mijn begrippen enorm beeldscherm, zodat ik eindelijk weer eens efficiënt kan werken. Natuurlijk verloopt het installeren van al mijn eigen software niet in alle gevallen van een leien dakje, dus is er de afgelopen tien dagen een hoop tijd ‘verloren gegaan’ aan uitvogelen hoe alles ook alweer zat. En nog steeds heb ik niet achterhaald hoe ik dat ene programma ook alweer online moet activeren en lukt het me niet om de licentie van dat andere programma in te trekken en opnieuw te activeren voor mijn nieuwe computer en nog steeds zijn niet alle instellingen precies naar mijn wens. Maar dat kan allemaal alleen maar beter worden.

Verder ziet de oplettende lezer het Twitter-kolommetje hiernaast wat vaker veranderen. Ik wilde maar eens proberen om mijn netwerk al tweetend wat te vergroten en dat lijkt te lukken. Ik heb inmiddels mijn eerste RT’s en FF’s te pakken en er beginnen nu ook followers binnen te druppelen die ik nog helemaal niet kende. Vanaf vandaag breid ik het experiment verder uit en plaats ik mijn posts hier ook op Twitter. Benieuwd wat dat voor gevolgen heeft voor mijn pageviews.

Ten slotte zou ik geen vertalende thuiswerkmoeder zijn als er privé ook niet het nodige was wat mijn aandacht vroeg. Zo zat ik twee weken zonder auto omdat die aan het einde van de vakantie in Italië was achtergebleven en moest alles wat ik normaal snel met de auto doe nu lopend of op de fiets. Het nieuwe schooljaar begon, allerlei activiteiten gingen weer van start, er moesten familie- en andere feestjes worden gevierd en ik werd voor de derde keer tante en mocht dus weer op kraambezoek. Ik zit al met al dus weer helemaal in mijn oude, drukke ritme. Dit weekend lijkt er eindelijk tijd voor wat rust te zijn. Voor het eerst sinds de vakantie lig ik niet achter op mijn werkschema en is er dus geen weekendwerk nodig, er zijn geen sociale verplichtingen en dochterlief gaat lekker uit logeren. Dat wordt, hopelijk, lekker bijslapen en maandag weer vol nieuwe energie aan de slag!