Patricia Ryan: Dring niet aan op Engels

Ik vond het laatst weer eens tijd voor een TED Talk. Dan duurt het even voordat mijn aanvraag is goedgekeurd, ikzelf de ondertiteling heb vertaald, de vertaling is toegewezen aan een reviewer, de reviewer mijn vertaling heeft bekeken en zijn (of in dit geval haar) opmerkingen met mij heeft besproken en de ondertiteling is gepubliceerd. Maar nu is het dan toch zo ver: Dring niet aan op Engels, door Patricia Ryan, met Nederlandse ondertiteling van mij:

http://video.ted.com/assets/player/swf/EmbedPlayer.swf

(En het lukt me helaas nog steeds niet om een TED-video zo te ’embedden’ dat je hem ook gewoon hier op je scherm ziet. Dus als iemand een idee heeft…)

Advertisements

Taal en perceptie

Ik kwam toevallig terecht op een artikeltje op nu.nl van een maand of twee geleden. Het ging daarin over de invloed van het leren van een vreemde taal op de manier waarop mensen kleuren zien. Verrassend genoeg blijkt daar een verband tussen te zijn. In het tijdschrift Bilingualism: Language and Cognition is een artikel verschenen over een onderzoek dat daarnaar is gedaan. Nog korter samengevat dan op nu.nl: in het Grieks en in het Japans bestaan aparte woorden voor lichtblauw en donkerblauw. Dus niet alleen ‘blauw’ met iets ervoor, maar twee heel verschillende woorden. In het Engels is dat niet zo, net zoals in het Nederlands. Als Grieken of Japanners Engels hebben geleerd, blijkt de mate waarin ze onderscheid kunnen maken in verschillende kleuren blauw af te hangen van welke taal ze het meeste spreken. Als ze vaker Grieks of Japans spreken, herkennen ze meer verschillende blauwtinten dan wanneer ze vooral Engels spreken.

Aan de ene kant vind ik dat heel bijzonder, aan de andere kant ook weer niet. Want dat talen invloed hebben op wat je auditief kunt onderscheiden, wist ik al langer. In het eerste jaar van mijn studie Deens heb ik heel wat uurtjes doorgebracht in het talenlab om het verschil te leren horen tussen verschillende klanken die voor mij allemaal klonken als ‘oo’. Of als ‘ee’. In het Nederlands hebben we nu eenmaal minder klinkers dan in het Deens. En Chinezen horen het verschil tussen ‘l’ en ‘r’ niet, omdat het Chinees alleen maar een medeklinker kent die daar tussenin ligt. Wat je niet in je eigen taal kent, kun je dus ook niet herkennen in een andere taal.

Zo kan ik me ook wel voorstellen dat je minder verschil maakt in kleuren als je minder verschillende woorden voor kleuren hebt geleerd. Als je alleen de woorden ‘rood’, ‘geel’ en ‘blauw’ leert, zul je rose en donkeroranje als rood zien, en paars als blauw. En als je dan een andere taal leert waarin ook de woorden ‘rose’, ‘oranje’ en ‘paars’ voorkomen, zul je in het begin moeite hebben om het verschil te zien tussen al die kleuren. Maar wat ik me niet kan voorstellen is dat het andersom ook zo zou werken. Dat als je moedertaal een taal is met veel verschillende woorden voor kleuren en je later regelmatig een taal gaat spreken met minder verschillende woorden, je ook minder verschillen gaat zien. Maar volgens die onderzoek is dat blijkbaar wel zo.

Oppassen dus met het spreken van vreemde talen. Voor je het weet verandert je perceptie!

Blogrevival

Tja, hoe gaan die dingen? Ooit startte ik een weblog. Ik had geen idee wat ik er precies mee wilde en vulde het met van alles en nog wat wat ik leuk en/of interessant vond. Een deel ervan had met m’n werk te maken, een deel was meer persoonlijk, en een deel bestond gewoon uit grappige filmpjes of leuke weetjes die ik met anderen wilde delen. Na verloop van tijd blogde ik steeds minder, want ik had alles wel eens een keer gehad. Het weblog (of is het de weblog – daar ben ik nog steeds niet helemaal uit?) bloedde een beetje dood.

Intussen had ik wel de behoefte om me zakelijk wat meer te profileren. Ik maakte een weblog voor mijn werk, waarop ik alles kwijt kon wat te maken had met taal, talen, vertalen en mijn leven als ‘working at home mum’ (WAHM, wat toch wat leuker klinkt dan thuiswerkmoeder, of niet?). En ik maakte een twitter-account, waarop ik begon te verwijzen naar de stukjes die ik blogde. Dat zorgde voor meer lezers, zeker als ik het over een in mijn kringen spraakmakend onderwerp had.

Ook in dat werkblog kwam na verloop van tijd de klad. Minder tijd, minder inspiratie, geen idee waar ik nu eigenlijk echt naartoe wilde. Intussen begon ik op 1 januari wel met iets anders: een fotoproject. Iedere dag een foto. Dat hou ik tot nu toe, met zo af en toe een kleine onderbreking, redelijk vol. Zo nu en dan ontbreekt de inspiratie, maar het komt ook vaak voor dat ik veel meer foto’s maak dan ik kan plaatsen. En daar wilde ik wel iets mee.

Dus besloot ik om mijn eerste weblog nieuw leven in te blazen. En om de nieuwe start te symboliseren (en ook omdat ik WordPress veel handiger vind werken dan Web-log), deed ik dat met een nieuwe site. De bedoeling was om daar in ieder geval de niet-geplaatste foto’s te laten zien, en zo nu en dan misschien ook over iets anders te bloggen.

Dat hield ik even vol, maar toen werd het druk. Met werk, maar ook met het 25-jarig jubileum van het koor waarvan ik secretaris ben. Ik had gewoon veel te veel andere dingen te doen om ook nog eens weblogs en fotoprojecten te gaan bijhouden.

Maar toen kwam blogger en tweep @EstherDo vorige week opeens met een blogrevival op de proppen. En dat vond ik een mooie gelegenheid om mijn twee eigen blogs weer eens op te peppen. Dus ik gaf me op om mee te doen, er niet bij stilstaand dat die blogrevival precies in de week voorafgaand aan het eerder genoemde jubileum was gepland.

Vandaag was de eerste dag en werd ik dus geacht op ten minste één van mijn blogs iets te schrijven. Maar ja, eerst kwam om 8 uur vanmorgen de verwarmingsmonteur. Toen had ik een dringende deadline. De koorrepetitie van vanavond begon voor mij een uur eerder dan normaal en de nazit duurde wat langer dan anders. En dus is het nu net na middernacht en heb ik nog steeds niet echt geblogd. @EstherDo, morgen ga ik écht beginnen, hoop ik. Is dat goed?

Over achten, panty’s, zaadlijsten en energie

Er zijn zo van die dagen dat taalfouten in de media me meer opvallen dan anders. Of dat er meer fouten gemaakt worden, dat kan ook. Vandaag lijkt zo’n dag te worden.

Het begon al bij het ontbijt, toen ik de kranten las. In het Dagblad van het Noorden werd iemand die werd aangeduid aan “Neerlandica, dichteres en docent aan de Schrijversvakschool” geïnterviewd over het vwo-eindexamen Nederlands van gisteren. Ze vond het een pittig examen en dacht niet dat er veel hoge cijfers gehaald zouden worden: “Ik verwacht niet veel achtens en negens”. Nu weet ik best dat er hier in het noorden veel mensen zijn die het over achtens hebben als ze achten bedoelen. Zo zeggen ze ook rekenings in plaats van rekeningen. En ook Neerlandici hebben recht op hun eigen streektaal. Maar als je met zo’n achtergrond en in deze situatie wordt geïnterviewd, dan let je toch op je taal? En als journalist neem je die taalfout toch niet over? En als corrector (voor zover die er nog is bij de krant) laat je dat toch niet staan?

Goed. Dagblad van het Noorden uit, verder met de Volkskrant. Daarin waren vier pagina’s volgeschreven over Dominque Strauss-Kahn, die een kamermeisje van een hotel zou hebben aangerand. In een van de artikelen stond dat hij haar panties naar beneden had getrokken. Een pagina verder waren het haar panty’s. Het juiste meervoud is natuurlijk panty’s, maar afgezien daarvan: hoeveel panty’s zou die vrouw hebben aan gehad? Ik neem aan dat het er maar één was, dus er had gewoon panty moeten staan.

Omdat in beide artikelen het meervoud werd gebruikt, vermoed ik dat de journalisten zich baseren op Engelse bronnen waarin over panties wordt gesproken. Maar het Engelse panties betekent niet panty, maar onderbroek. Een Nederlandse panty heet in het Engels panty hose. Wat heeft DSK nu naar beneden willen trekken? Een panty, of toch een slipje? Ik heb geprobeerd dat na te zoeken op Engelstalige websites, maar ook daar wordt de ene keer over panties gesproken en de andere keer over een panty hose.

Over naar iets prozaïschers. Rond een uur of half elf hield ik even pauze van m’n werk en ik wilde even televisie kijken. Ik zapte wat rond en viel midden in Koffietijd op RTL4. Daar legde een tv-kok uit hoe je gemakkelijk een paprika kunt schoonmaken: “Ik wip het kopje en kontje eraf, dan snijd ik hem door het midden in en dan kan ik zo in één keer het hele klokhuis eruit halen”. Ik dacht dat het over paprika’s ging, maar klokhuizen zitten alleen in appels en peren. Paprika’s hebben zaadlijsten.

Toen presentatrice Quinty vervolgens een onderwerp ging presenteren over de week van de enejssjie en bij mensen thuis ging kijken hoeveel enejssjie die konden besparen, ben ik afgehaakt. Voor mij even genoeg taalproblemen in de media voor vandaag!

Cutting costs – at any cost?

This week is turning out to be an interesting one. Practically all work that I’m doing is reminding me of the negative consequences of the practices that are being adopted by some of the larger international translation agencies.

So far, I’ve worked on five different jobs this week. One of those was for a translation agency in Germany that is not, as far as I know, in any way linked to the bigger international agencies. The job went smoothly, no problems at all.

For the four remaining jobs I worked either directly with one of the leading international agencies or with one of their subcontractors. One of the jobs was fairly standard and presented no issues. The other three were a different matter alltogether…

Job 1 was a user manual for a sperm selection device used in ICSI procedures. A previous version of the manual had been translated earlier, but the translation had not been stored in the Translation Memory that I was supposed to use, because the end client had expressed concerns about some errors in the previous translation. My client (the subcontractor) did send a PDF version of that translation for reference, though, but later instructed me not to look at that too much, because the quality was ‘not very good’.
I started translating and discovered that the new version was practically the same as the old one. So, hoping to find some useful terminology and possibly some reusable translations, I did turn to the PDF anyway. I soon discovered that ‘not very good’ had been an understatement. I was absolutely shocked by the (lack of) quality of the translation. The text had obviously been machine-translated but not post-reviewed and the translation was completely unintelligible. When I mentioned this to my client and expressed the hope that this translation hadn’t been published, she informed me that the Finnish translator had made the exact same remark. Someone somewhere in the workflow had probably wanted to save some money by leaving out the post-editing round. Had they not done that, they would have been able to leverage the previous translation, making the new translation a lot cheaper.

Job 2 was a review job, directly for this large agency. The text was a speech by the CEO of an international Group, active in chemistry. The company is based in Belgium and the speech, in French, was to discuss the results of the financial crisis, an acquisition and strategic plans for the future. The translation, into Dutch, had obviously been performed by a Flemish translator, and not a very good one. The main positive thing that I can say about it, is that the translator must have run a spell check, because typos were the only type of error that I didn’t find. I had to make stylistic and grammatical changes to practically every sentence, and in several cases the translator hadn’t understood the French text at all. He or she had used incorrect verb tenses and had used literal translations for French idioms. The result was a text that could certainly not be used by a CEO as a shareholder speech. Fortunately, my client agreed to double my review rate to compensate for the additional time I’d have to spend to create a better translation. My guess is that their budget would have allowed for that anyway, as they’d probably used a translator charging rates that are far below the generally accepted minimum rates. If they’d had the text translated by a quality translator charging normal rates, a short spotcheck QA would have been enough.

Job 3 was for the subcontractor again. This time I was asked to translate software for a CPR defibrillator – the text that is displayed on-screen. Now, there were several problems with this job. First of all, the software had been extracted into an Excel file. Additional columns had been added with information about the meaning of the software strings and about length restrictions. A macro had been added to the file to check if the translated strings would comply with the length restrictions. So far so good. Unfortunately, the file had been sorted alphabetically, so any context information had been lost. Also, because of the length restrictions, many of the English strings had been abbreviated and it wasn’t always clear what the unabbreviated string would have been. There was a PDF manual with a little more context information. The file consisted of more than 1,500 strings, though, so I would have been required to look up 1,500 strings in the PDF to make sure I had translated them correctly.

That would have been bad enough as it is. But to make matters worse, the end client has their own online translation memory software. They require their translators to use that software for all jobs, one of the reasons being that in that way they are building up material to use for their machine translation system.
And so the column with translatable strings from the Excel file had been copied into a Word file that I would have to translate using that online software. All additional context information and all length restrictions had been stripped from the file.

Providing a decent translation would therefore take a lot of additional time. For each of the 1,500+ strings in the Word file, I would have to consult first the Excel file for some context information and then the PDF for more information. I would then have to think of a proper Dutch translation, and then have to consult the Excel file again to see if the translation fitted within the length restriction. If not, I’d have to abbreviate it without loosing its meaning. And all of this for the normal word rate, which isn’t all that high in the first place.

I did start on the translation. I’d taken it on without checking it properly beforehand, so I felt obliged the make the best of it. But the more I translated, the more I started to doubt. I felt that I could in no way guarantee that my translations were correct, or that they were still intelligible after I’d abbreviated them. If this had been some innocent piece of software, that would have been bad enough. But this wasn’t just any software, it was CPR defibrillator software, used in emergency situations where there’s no time to consult the manual. With incorrect or unintelligible on-screen instructions, people could die. I did not want to be responsible for that and returned the job to my client, who said they would find ‘another solution’ and mention my concerns to their client, the large agency. It’s my guess that ‘another solution’ means finding another translator who doesn’t have my concerns.

There are several things here that cause my concern. Obviously, the main problem is that this agency, as many of the large multilingual and multinational agencies, is trying to offer the lowest possible rates to their end clients. And because they still need to make a profit, they are using several methods to cut costs. They are using machine translation, as in job 1, but don’t always want to pay for a post-editing round. They are lowering their word rates to the extent that quality translators no longer want to take on their jobs, as was probably the case in job 2. And they are shoving all additional work on the shoulders of freelance translators without paying for the additional time needed to produce a quality translation, as in job 3.

In the first two examples, the end clients were lucky that someone noticed the quality issues and that something could be done. This led to additional costs for the agency, which they may or may not have been compensated for by the end clients. However, in job 1, a horrible translation had been produced and (probably) published first. And in cases such as job 2, it’s all too common for the review round to be skipped for whatever reason. The blame is usually put on translators in general. Asked what we do for a living, we have all been presented with examples of badly translated user manuals for watches, cameras, etc.

But job 3 shows that it’s not just the translator’s reputation that’s at stake. Bad translations could put people’s lives at risk. It is completely unacceptable that people could die because companies and agencies are trying to save money in the translation process, at whatever cost…