Category Archives: Andere blog(ger)s

365 Ellens

Wat ik over mezelf schreef en wat Ellen Barendregt eraan toevoegde op haar weblog, waarin ze 365 verschillende Ellens beschrijft:

Ik weet niet waar je me gevonden hebt, want dat kan op verschillende plekken zijn geweest. Ik ben vertaler van beroep. Nadat ik Engels en Spaans had gestudeerd aan de Vertaalopleiding in Maastricht en Deens en Alfa-informatica aan de RuG in Groningen, begon ik in 1992 als softwarevertaler bij Microsoft in Dublin. Tot die tijd wist ik niet eens dat dat beroep (dat officieel ‘localiser’ heet) bestond, maar het bleek, door de combinatie van vertalen en IT, precies te passen bij mijn achtergrond. Het was het begin van mijn vertaalcarrière.

Na twee jaar kwam ik terug naar Nederland en ging ik werken bij een vertaalbureau in de buurt van Amsterdam. Daar werd ik al snel project manager (PM) en later senior-PM. Ik moest vertaalprojecten leiden die varieerden van 100 tot enkele miljoenen woorden en van één tot tientallen medewerkers, en coördineerde het werk van het team van project managers. Rond de eeuwwisseling werd ik production manager en had ik eigenlijk helemaal niets meer te maken met de praktische kant van het werk. Ik gaf leiding en was verder vooral bezig met cijfertjes en beleid. Dat was best interessant, maar het was me wat te ver van de dagelijkse praktijk.

Toen in de zomer van 2001 mijn dochter werd geboren, besloot ik om aan het einde van mijn verlof mijn baan op te zeggen en voor mezelf te beginnen. Ik begon mijn eigen vertaalbureau (www.westenbrink.net) en werd en bleef heel bewust zzp-er.. Ik wilde niet meer coördineren en leidinggeven, maar me puur richten op het echte vertaalwerk.

Nu ben ik elf jaar verder en nog steeds erg blij dat ik destijds die stap heb genomen. Ik vertaal voornamelijk uit het Engels, Deens, Duits en Frans en mijn werkgebied is de afgelopen jaren flink verbreed. Softwarelocalisatie en alles wat daaraan verwant is maakt nog steeds een groot deel uit van mijn dagelijkse werk, maar ik vertaal ook veel op medisch gebied. Daarnaast komen er steeds meer ‘lifestyle’-vertalingen langs, over mode, design, reizen, interieur, koken, uitgaan en noem maar op. Het leuke daaraan is dat ik me als vertaler telkens in een nieuw onderwerp moet verdiepen, waardoor ik er voortdurend nieuwe dingen bijleer. Verder zet ik mijn ervaring in als vrijwillig vertaler bij GlobalVoices, “een internationaal netwerk van bloggers die verslag doen van blogs en burgermedia van over de hele wereld en deze vertalen en verdedigen”. Via http://nl.globalvoicesonline.org/author/ellen-westenbrink/ kun je zien welke artikelen ik inmiddels heb vertaald.

Wat ik ook erg leuk vind om te doen is ondertitelen. Het is puzzelen met taal, want een ondertitel is maximaal twee regels lang en blijft maar kort in beeld. Er wordt vaak veel meer gezegd dan daarin past, dus je moet beknopt kunnen formuleren en minder belangrijke dingen weg durven laten. Ik heb een tijd lang voor verschillende vertaalbureaus documentaires, series en speelfilms ondertiteld, vooral voor dvd-releases maar ook wel voor tv. Helaas wordt dat werk slecht betaald in vergelijking met mijn andere werk, dus doe ik het steeds minder. Ik probeer wel zo nu en dan een TEDx-video te ondertitelen (http://www.ted.com/profiles/translations/id/431662), alleen al omdat die video’s zo inspirerend zijn. De laatste is alweer ruim een jaar geleden, zie ik, dus het wordt tijd dat ik weer eens een leuk filmpje opzoek.

In mijn inmiddels 45-jarige leven heb ik op ongeveer twintig adressen in 14 verschillende plaatsen gewoond, waaronder kortere of langere tijd in Engeland, Ierland en Denemarken. Toch woon ik nu alweer bijna negen jaar op hetzelfde adres in Drenthe, de provincie waar ik ben geboren. Al bijna vanaf het begin zing ik daar in Popkoor Peelo (popkoorpeelo.wordpress.com), waarvan ik ook secretaris ben. Het gaat mij natuurlijk ook om het zingen, maar de wekelijkse repetitieavonden zijn voor mij ook een goede vervanging van het directe contact met collega’s – het enige wat ik als thuiswerkende vertaler zonder personeel wel eens mis.

O ja, en ik heb ook nog mijn eigen 365-project, met foto’s. Wat ik erg leuk vind aan zo’n fotoproject als dit is dat je met andere ogen om je heen kijkt. Je ziet dingen waar je anders blindelings aan voorbij loopt, omdat je altijd op zoek bent naar fotomogelijkheden. Ik ben begonnen in januari 2011, maar na de zomer kwam de klad er in door gebrek aan tijd en inspiratie. Op 1 augustus van dit jaar ben ik opnieuw begonnen, met een nieuw album (http://365project.org/haagjes/365-2), en ik ben benieuwd of ik het dit keer wel weet vol te houden. De foto’s van augustus zijn overigens allemaal in Tunesië gemaakt, het land waar mijn man vandaan komt en waar het grootste deel van mijn schoonfamilie woont. Dat verklaart meteen ook waarom veel van de artikelen die ik voor GlobalVoices heb vertaald over Tunesië gaan.

Wauw wat een ontzettende bezig bij is deze Ellen. Komt me bekend voor, want ik ben net zo. Ik zie echter wel dat bij Ellen heel veel vasthangt aan het vertalen, hetgene wat ze het leukste vindt om te doen. Ik zie dat deze rode draad in haar hele leven doorloopt, en daar kan ik van leren. En al die verschilende woonplaatsen in verschilllende landen: geweldig! Ik heb wel een aantal verschillende woonplaatsen in Nederland gehad, maar de ervaring van het buitenland heb ik niet opgedaan. Ik heb me nooit echt geroepen gevoeld om per se naar het buitenland te gaan, maar nu ik het verhaal van Ellen lees, lijkt het me toch wel een hele mooie ervaring. Zeker ook omdat je dan echt de bewoners en het leven daar leert kennen. Dat maak je niet snel mee.

Grappig wat Ellen vertelt over het ondertitelen. Ik merk vaak dat die mooie Engelse teksten heel kort worden vertaald, en daardoor veel minder effect hebben. Maar ik heb me nooit gerealiseerd dat de ondertitels hooguit twee zinnen mogen bevatten en duidelijk leesbaar moeten zijn. Dan ga je toch heel anders aan de gang met de woorden, het wordt echt een uitdaging om met weinig woorden hetzelfde te zeggen.

En dan natuurlijk de overeenkomst dat we allebei een 365-dagen project doen! Ellen met foto’s, ik met tekst. Ik heb het project van Ellen bekeken: heel mooi! Allemaal diverse foto’s met een hele eigen stijl. Ik snap dat Ellen nu met andere ogen naar haar omgeving kijkt. Ik merk het zelf ook: aftitelingen scan ik op Ellens, als ik de naam Ellen hoor kijk ik wie daarbij hoort, en bij netwerkbijeenkomsten kijk ik niet meer ‘wie zou een opdrachtgever kunnen zijn’ maar ‘wie is of kent er een Ellen’. Zo is een 365-dagen project altijd een extra dimensie aan je leven, en ik denk dat Ellen dat ook kan bevestigen. We gaan het samen volhouden Ellen!

Netwerken

Alles heeft twee kanten. Elk voordeel heb z’n nadeel. Zo ook bij het freelancen. Ik vind het een enorm voordeel dat ik als zelfstandige zonder personeel kan werken wanneer het mij uitkomt, dat ik geen lange projectvergaderingen meer hoef bij te wonen en dat ik tijdens het werk geen gesprekken hoef aan te horen van collega’s die de hele dag met hun echtgenoten aan de telefoon hangen om vakanties te plannen en huizen in te richten. Ik kan zo snel, geconcentreerd en efficiënt werken en hou meer tijd over voor al die andere dingen die ik moet en wil doen. De andere kant van de medaille is dat het leven van een freelance vertaler wel erg eenzaam kan worden. Voor je het weet, voldoe je aan het clichébeeld van de stoffige vertaler die de hele dag op zijn/haar zolderkamer tussen de woordenboeken zit en die geen contact heeft met anderen.

Wil je niet vereenzamen, dan zul je je sociale contacten dus ergens anders moeten opdoen. Natuurlijk zijn er LinkedIn, Facebook en andere onlinenetwerken en -platforms. Leuk en handig. Je blijft in contact met collega’s, je kunt elkaar om hulp vragen bij brandende terminologiekwesties enzovoort, maar je ziet nog steeds geen echte mensen. Sommige collega-freelancers netwerken daarom daarnaast in real-life door allerlei vertaalworkshops en -congressen af te lopen, in binnen- en buitenland. Aan de berichten te zien is er een soort vaste kern van vertalers die elkaar daar telkens weer tegenkomen. Een beetje zoals een groep vaste collega’s op kantoor.  Met een schoolgaand kind en allerlei andere verplichtingen is dat voor mij niet echt een optie. Ik hou me dus vooral bij de virtuele netwerken. De echte persoonlijke contacten zoek ik buiten mijn werk. En dat heb ik al die tijd prima gevonden.

Vorige week ontdekte ik dat ik blijkbaar toch iets had gemist. Van de ongeveer 75 klanten die ik de afgelopen negen jaar heb gehad, is maar een handvol binnen een straal van 50 kilometer van mijn kantoor aan huis gevestigd. Het grootste deel zit zelfs in het buitenland, van België tot Singapore en alles wat daar tussen ligt. Ik kan dus niet makkelijk even bij een klant langs om m’n gezicht te laten zien. Maar van dat handjevol klanten die wél in de buurt zitten, bestaat er één dit jaar tien jaar en dat werd vorige week gevierd dat met een receptie voor (oud-)werknemers, klanten, partners en vertalers. Niet alleen zag ik mijn contactpersonen bij dat bedrijf voor het eerst in levende lijve, maar ik bevond me bovendien voor het eerst sinds jaren een paar uur tussen allerlei mensen uit mijn eigen vak en dat was toch best weer eens aangenaam. Ik kwam zelfs nog een collega van vroeger tegen, die de moeite had genomen om drieënhalf uur te reizen om een presentatie te komen geven. Die presentatie heb ik zelf overigens gemist, omdat ik door allerlei andere verplichtingen pas een uur na het begin van de receptie binnenkwam.

In de haast om toch nog redelijk op tijd te komen was ik vergeten een nieuwe voorraad visitekaartjes in m’n tas te doen. Het is duidelijk dat ik het echte netwerken inmiddels wat verleerd ben…

Op de website van vertaler Joy Mo ontdekte ik, naast heel veel andere nuttige dos and don’ts, ook deze acht netwerkregels voor vertalers. Dat je altijd visitekaartjes bij je moet hebben, staat er helaas niet bij. Een wat meer op virtuele netwerken gericht lijstje met tips is te vinden op Tips for Translators – Helping translators to do better business. Boven het lijstje met tips staat een lange lijst met vertaalbureaus, voor wie nog op zoek is naar nieuwe klanten. Zelf heb ik veel aan de combinatie LinkedIn/Facebook/Twitter/weblog, waarbij vooral het doorlinken (bijvoorbeeld van Twitter-berichten naar Facebook, of van blogs naar LinkedIn) erg nuttig blijkt te zijn.

Dat beeld van de vereenzaamde stoffige vertaler op een zolderkamertje mag al met al dus wel verdwijnen!

Op wiens voorwaarden?

Stukje uit een e-mail die ik net aan een van mijn klanten heb gestuurd, als reactie op alweer zo’n voorstel waar vertaalbureaus patent op lijken te hebben:

Stel, ik ga naar een restaurant en zeg dat ik wel bij ze wil eten, maar dat ik pas als ik alles op heb aan ze vertel hoeveel ik precies ga betalen. Verder wil ik de rekening tussen 20.00 en 20.30 uur hebben, want alleen in dat geval betaal ik hem binnen een paar dagen. Komt de rekening later, dan wacht ik nog een paar weken met betalen.

Er is geen restauranthouder die dit zou accepteren, maar vreemd genoeg lijken vertaalbureaus te denken dat ze wel betalingsvoorwaarden kunnen opleggen aan hun leveranciers. De realiteit is natuurlijk dat ik, als leverancier, bepaal wat mijn leveringsvoorwaarden zijn en niet andersom. Ik bepaal ook wanneer ik een factuur stuur, en volgens mijn leveringsvoorwaarden moet die factuur, ongeacht de datum waarop ik hem indien, binnen een bepaalde periode zijn voldaan. Ik kan ook niet bij KPN aankomen met het verhaal dat mijn cashflow niet helemaal goed is en dat ik daarom mijn telefoon- en internetabonnement alleen maar op tijd betaal als zij een rekening sturen op het moment dat mij dat uitkomt.

Het lijkt er wel op dat vertalers wereldwijd zich steeds meer gaan verzetten tegen wat ‘de vertaalbureaus’ willen. Zo schreef Wendell Ricketts eerder deze maand op zijn blog ProvenWrite een post met de titel “Toxic Translation: A Twelve-Step Program for Self-Injuring Translators“, die er eigenlijk op neer komt dat freelance vertalers hun vaak slechte voorwaarden voor een groot deel aan zichzelf te danken hebben omdat ze overal mee akkoord gaan om maar werk te krijgen. Het wat mij betreft mooiste citaat uit het artikel:

DO NOT : offer cut-rate translations or beg clients to let you work “for practically nothing” because you “love translating.” Why not? For the same reason that there’s a sign at the zoo that says “Don’t Feed The Monkeys.” Because, if you do, they get fat and lazy and never learn that professional, well qualified bananas are not handed around for free.

Grote bureaus en kwaliteit

Een mooi vervolg op mijn bericht van gisteren is wat Martin Crellin vandaag schrijft op zijn weblog False Friends. In zijn post legt hij uit (in het Duits) hoe het komt dat grote vertaalbureaus soms (hij zegt zelf “vaak”) geen goede kwaliteit leveren. Zo worden betere vertalers vaak niet ingeschakeld omdat ze duurder zijn, worden vaak niet genoeg vragen gesteld omdat dat tijd en dus geld kost, worden vertalingen niet door de vertalers zelf nagelezen (daarvoor krijgen ze niet genoeg betaald) en ook niet in-house door de vertaalbureaus bekeken (dat gaat ten koste van de marge) en hebben vertaalbureaus te weinig deskundig personeel in vaste dienst omdat vast personeel te veel kost.

Het moet dus vaak zo goedkoop en snel mogelijk en dat gaat volgens de driehoek van gisteren onvermijdelijk ten koste van de kwaliteit.

Een nog veel uitgebreider stuk over vertaalbureaus is eerder deze week door Kevin Lossner gepost op zijn weblog Translation Tribulations. Net zoals ik werkt Kevin Lossner zelf ook veel voor vertaalbureaus, maar hij heeft, zoals hij zelf zegt, in de loop van vele jaren het kaf van het koren gescheiden. Hij werkt voor het koren en schrijft zijn post over het kaf. En als ik zijn opmerkingen zo eens lees, denk ik dat ik zelf ook wel wat meer energie zou mogen steken in dat scheiden, en vooral in het zoeken van meer koren zodat ik wat meer kaf kwijt kan raken.

Goed, snel of goedkoop?

In dit artikel op de Small Biz Blog schrijft Roger Pierce over de ‘project management triangle‘. Kort gezegd houdt die driehoek in dat projecten (of vertaalopdrachten) nooit goed, snel én goedkoop gedaan kunnen worden, hoe graag klanten dat ook willen. Een van de drie moet altijd sneuvelen, en de tip van Roger Pierce is om de keuze aan de klant te laten. De manier waarop hij de consequenties van die keuze uitlegt aan klant, vind ik behoorlijk negatief. Veel klanten zouden denken dat hij eigenlijk helemaal niet wil werken en alleen maar uitvluchten bedenkt om ergens langer over te kunnen doen, slechte kwaliteit te kunnen leveren of hoge prijzen te kunnen vragen.

Maar er zit wel degelijk iets in. De klant heeft in deze theorie drie opties: goed en snel (en dus niet goedkoop, maar tegen een marktconform of hoger tarief), goed en goedkoop (en dus niet snel, maar tussen andere klussen door of pas op het moment dat de vertaler geen beter betaald werk heeft) of snel en goedkoop (en dus niet goed, bijvoorbeeld omdat de vertaler het zich niet kan veroorloven om de vertaling nog eens goed door te lezen).

Dit geeft me in ieder geval weer wat argumenten in discussies met klanten over prijs, kwaliteit en deadlines.

Haast: ook bij boekvertalingen

Een tijdje geleden schreef ik over een klant met grote haast, die 111.000 woorden binnen 9 werkdagen vertaald wilde hebben. Die opdracht werd uitgesteld, en nog eens uitgesteld, en van uitstel is inmiddels misschien wel afstel gekomen want ik heb er nog steeds niets meer van gehoord. Maar vandaag zag ik er een voorbeeld van dat dit soort haast niet alleen op mijn vakgebied voorkomt, maar ook bij boekvertalingen, en een ander voorbeeld dat het beter is die haast te vermijden.

Allereerst stond vanmorgen in het Dagblad van het Noorden, maar liefst op de voorpagina, een artikeltje over de vertaling van het nieuwste boek van Dan Brown, The lost symbol (Het verloren symbool).  Omdat de uitgever wilde voorkomen dat lezers het boek in het Engels zouden kopen zodat de markt voor de vertaling te klein zou worden, waren voor de vertaling slechts twee weken uitgetrokken. Dat is voor één vertaler niet te doen, dus waren er vier vertalers ingeschakeld die met elkaar moesten samenwerken. Het boek heeft 500 pagina’s met, neem ik aan, zeker 200 woorden per pagina, dus in totaal ging het om minimaal 100.000 woorden. 2500 woorden per vertaler per werkdag dus, en daar komt dan nog alle tijd bij die ze kwijt moeten zijn geweest aan het onderling overleggen over stijl, woordgebruik, enzovoort. Ik ben al geen grote Dan Brown-fan, maar een artikel als dit is voor mij zeker geen reclame voor het boek. Als ik het al zou lezen, dan toch maar in het origineel.

Later op de dag las ik een positiever verhaal over een andere samenwerking op boekvertalers.nl. Nu is dat stukje geschreven door de vertalers van Het boek van Max Berg van Aleksander Melli, dus dan is het natuurlijk al snel positief, maar toch. In dit geval ging het om een boek van 600 pagina’s dat door twee vertalers is vertaald. Meer woorden per vertaler, maar minder kans op inconsistenties.Het boek van Max Berg Uit het artikel blijkt dat de vertalers zeer gedegen te werk zijn gegaan bij hun vertaling en dat ze zeer uitgebreid hebben overlegd. Daar hadden ze dan ook de tijd voor, want anders dan in het voorbeeld van Dan Brown was de oorspronkelijke versie, Barneregjeringen, al gewoon in 2008 uitgegeven en had de uitgever niet dezelfde haast als de uitgever van Dan Brown. Én de vertalers hadden een projectbeurs van het Vlaams Fonds voor de Letteren, zodat ze zelf waarschijnlijk ook wat minder haast hadden. Voeg daarbij de informatie dat Aleksander Melli in Noorwegen de Riksmålpris heeft gekregen voor het beste jeugdboek van 2008 en dan denk ik dat dit boek een veel grotere kans heeft om, ook in de vertaling, op mijn leeslijst terecht te komen…

Verbeslechteringen

Het was nogal stil op mijn blog de laatste tijd. Mijn laatste echte post dateert van 13 september, bijna twee weken geleden. (De post daarna, ‘Opgevangen’, was een kladje dat ik regelmatig wilde aanvullen en dat ik op 18 september per ongeluk publiceerde, waarna ik dat maar zo liet.) Waarom zo weinig geblogd? Eigenlijk vooral omdat het zo vreselijk druk is op het werkfront.

Naast alle andere dingen die ik de afgelopen twee weken heb gedaan en die nu eenmaal horen bij het zijn van een vertalende thuiswerkmoeder (dochterlief elke week begeleiden naar koor en circusles, manlief naar afspraken brengen die te ver zijn om te fietsen, boodschappen doen om gogo’s te sparen voor dochterlief, eigen brillen ophalen bij de opticien, bril van dochterlief laten repareren bij diezelfde opticien (maar natuurlijk op een andere dag), boekenkast uitmesten omdat het leek of er een muis in rondliep, dochterlief helpen bij het verzorgen van haar nieuwe konijn, op zoek naar cadeautjes voor het gezin van zusjelief dat een dezer dagen wordt uitgebreid en zo nog heel wat meer), heb ik de afgelopen twee weken maar liefst 42.000 woorden verwerkt. En dan heb ik het over gewogen woorden, en niet over echte woorden (de TM-kenners weten wat ik bedoel). 4200 woorden per werkdag dus, en dat is wat lastig te combineren met al die andere activiteiten.

In zulke drukke tijden helpt het niet als je te maken krijgt met klanten die menen datgene waarvoor ze jou hebben ingehuurd, zelf beter te kunnen. Deze week had ik weer zo’n geval. Ik had een tekst van maar liefst 630 woorden over tapijttegels vertaald, van het Engels naar het Nederlands. Ik geef toe: dat valt niet binnen mijn gebruikelijke specialismen. Desondanks had ik niet verwacht dat mijn klant (een vertaalbureau) me zulk negatief commentaar van hun klant zou doorsturen. Mijn vertaling zou “full of faults” zijn. Na nadere bestudering van de door de klant ‘gecorrigeerde’ tekst bleek dat ze mijn vertaling op tien plaatsen hadden veranderd. Dat is inderdaad veel, op 630 woorden, dus daar schrok ik in eerste instantie even van.

Tot ik zag wat ze hadden veranderd. Eén zin was totaal gewijzigd en had inhoudelijk niets meer te maken met wat er in het Engels had gestaan. Een andere zin was helemaal verwijderd. In vier gevallen ging het om een ‘preferential change’, een voorkeur van de klant terwijl mijn alternatief niet fout was en één keer had ik inderdaad een fout gemaakt toen ik “leven het bos” had geschreven in plaats van “leven in het bos”. De laatste drie ‘correcties’ waren echt irritant: ‘standaardkleuren’ moest ‘standaard kleuren’ worden, van ‘kleurupdate’ was ‘kleur update’ gemaakt en, als klap op de vuurpijl, ‘herkleuringsopties’ had ik volgens de klant moeten schrijven als ‘her kleurings opties’…

Dat was eergisteren. Vandaag ontdekte ik via-via dat er in het Duits een mooi woord is voor dit soort verbeteringen die eigenlijk verslechteringen zijn: Verschlimmbesserungen. Letterlijk verslechtbeteringen dus (8 Google-hits), maar ik denk dat ik ze maar verbeslechteringen ga noemen (nog geen Google-hits, dus ik maak nieuwe taal). Martin Crellin schreef er vandaag een logje over op zijn weblog False friends, good and bad translation, Denglish, Tipps für Übersetzer en via Google vond ik o.a. een artikel van Ewoud Sanders in het NRC.

Maar Verschlimmbesserung of verbeslechtering, mij kostte het deze week drie kwartier van mijn toch al zo krappe tijd (maar het leverde wel inspiratie op voor een logje).

Vertalers en hun klanten

Op haar weblog Musings from an overworked translator  postte Jill Sommer gisteren een top 10 van adviezen aan klanten. Ik zal ze hier niet allemaal overnemen, maar haar als advies vermomde klachten kwamen me stuk voor stuk erg bekend voor.  Van vragen om tariefverlagingen (nummer 2) tot slordige communicatie (nummer 10) en van te grote hoeveelheden (nummer 4) tot te weinig feedback (nummer 7): ik kom ze allemaal regelmatig tegen.

Een tijd geleden ontdekte ik via via dit filmpje, dat erg veel met deze top 10 te maken heeft: