Tag Archives: ondernemerschap

Wat is een ondernemende zzp’er?

Uit de discussie naar aanleiding van mijn vorige post blijkt in ieder geval dat zzp’ers het absoluut niet met elkaar eens zijn over wat ondernemende zzp’ers zijn. Een rondje langs verschillende websites maakt één ding duidelijk: een officiële definitie van het begrip ‘zzp’er’ bestaat niet.

De Kamer van Koophandel heeft een aparte subsite voor zzp’ers. Daarop is onder “Zzp’ers in 5 vragen en antwoorden” de volgende interessante vraag te vinden:

1. Wanneer ben ik nou een zzp’er?
Zzp (zelfstandig zonder personeel) is geen officieel begrip. In de wet staat bijvoorbeeld niet wat een zzp’er precies is. In de praktijk slaat de term zzp’er vooral op ondernemers die diensten verlenen aan verschillende opdrachtgevers. Bijvoorbeeld een metselaar die voor allerlei aannemers klussen uitvoert. Of een IT’er, die zich laat inhuren. Er is geen verschil tussen zzp’ers en freelancers. De begrippen betekenen hetzelfde.

Wikipedia is iets uitgebreider:

Een ZZP’er is meestal één persoon die diensten of producten verkoopt en daarvoor de klanten een factuur stuurt. In het spraakgebruik wordt een ZZP’er niet zelden aangeduid met ‘eenmanszaak’. Hoewel een ZZP’er een eenmanszaak kan hebben, valt zeker niet elke eenmanszaak onder de categorie ZZP. Een eenmanszaak kan namelijk wel degelijk personeel in dienst hebben.

De ZZP’er is zelfstandig in die zin dat hij/zij geen arbeidsovereenkomst heeft, maar wel diensten en/of goederen levert aan klanten of opdrachtgevers. Er is geen sprake van een gezagsverhouding, waardoor hij/zij geen werknemer is en niet onder de wettelijke bepalingen voor werknemer valt.

Dat is dus een zzp’er. Maar wat maakt een zzp’er nu een ondernemer? Daarvoor bestaan wel degelijk formele criteria.

De Belastingdienst heeft ook een speciale site met informatie voor zzp’ers. Hierop kan de zzp’er onder het kopje “Ondernemen volgens de Belastingdienst” nagaan of hij of zij voldoet aan de criteria van de Belastingdienst op het gebied van omzetbelasting en inkomstenbelasting. Dat zijn er nogal wat. Een ondernemer voor de inkomstenbelasting:

  • maakt meer dan een marginale winst;
  • is zelfstandig (anderen bepalen niet hoe het werk gedaan moet worden);
  • beschikt over voldoende kapitaal om een onderneming te starten en enige tijd draaiende te houden;
  • besteedt voldoende tijd aan zijn/haar werkzaamheden om deze rendabel te maken;
  • streeft ernaar meerdere opdrachtgevers te hebben, onder andere om betalings- en continuïteitsrisico’s te verminderen;
  • maakt zich voldoende kenbaar, bijvoorbeeld door reclame, een internetsite, een uithangbord of eigen briefpapier;
  • loopt ondernemersrisico;
  • is aansprakelijk voor de schulden van zijn/haar onderneming.

Voor de omzetbelasting (btw) gelden weer heel andere criteria. De pagina met criteria voor de omzetbelasting begint als volgt: “Als u voor de inkomstenbelasting geen ondernemer bent, kunt u toch ondernemer zijn voor de btw. Voor de btw bent u ondernemer als u zelfstandig een bedrijf of een beroep uitoefent.” Een ondernemer voor de btw:

  • oefent zelfstandig een bedrijf of beroep uit, waarbij het niet van belang is of er winst wordt gemaakt en of de ondernemer een KvK-inschrijving heeft;
    -OF-
  • werkt in dienstbetrekking en heeft daarnaast andere werkzaamheden;
    -OF-
  • exploiteert een vermogensbestanddeel of een recht;
    -EN-
  • voert de werkzaamheden niet incidenteel of alleen in besloten kring uit.

Daarnaast is er ook nog de definitie volgens Van Dale (Elfde druk):

ondernemer – 2. (in econ. zin) persoon die in een tak van handel of bedrijf zelfstandig, voor eigen rekening en risico, werkt, op grond van het bezit van produktiemiddelen en met vreemde arbeidskracht

Het gratis online woordenboek van Van Dale is wat beknopter:

on·der·ne·mer de; m,v -s iem die een bedrijf voor eigen rekening uitoefent

Tot zover de formele definities en criteria. Ik zou het fijn vinden als zzp’ers onderling elkaar niet de maat zouden nemen op basis van subjectieve criteria, maar gewoon deze formele criteria in hun achterhoofd zouden houden. En daarbij hoeven we wat mij betreft niet zo streng te zijn als de Belastingdienst.

Tot slot voor degenen die denken dat zzp’ers minder succesvolle ondernemers zijn als ze niet 24/7 met hun bedrijf bezig zijn en/of als ze hun bedrijf combineren met andere activiteiten zoals de zorg voor anderen: via de Wikipedia-pagina over zzp’ers kwam ik bij een interessant artikeltje op nu.nl terecht, van ongeveer twee jaar geleden. Hierin wordt een wetenschappelijk onderzoek besproken naar “de succesfactoren voor het sterk groeiende leger van hoogopgeleide zzp’ers, zelfstandige professionals met een eigen onderneming zonder personeel.” De conclusie:

De promovendus stelt vast dat motivatie maar 5,2 procent van het succes bepaalt. Persoonlijkheid scoort nog minder met 1,1 procent.
Ook een doordachte bedrijfstrategie helpt minder goed dan gedacht, met maar 2,8 procent.
Succesfactoren zijn wel de vaardigheid van de starter (25,6 procent) en het netwerk (20,7 procent).
Maar de zzp’er is toch vooral afhankelijk van de werking van de markt. Die factor bepaalt voor bijna de helft het succes van het eigen bedrijfje, aldus de onderzoeker.

Vaardigheid en netwerk zijn dus maar liefst vijf keer zo belangrijk voor succes als motivatie, persoonlijkheid en bedrijfsstrategie bij elkaar. En als de markt niet meezit, wordt succesvol ondernemen voor iedereen erg moeilijk.

Advertisements

Vrouw en ondernemer

Jerry Helmers, volgens zijn Twitter-bio “zzp’er met een pr- en communicatiebureau en voorzitter van ZZP Netwerk Nederland” schreef gisteren een column op de website van de Telegraaf met de titel ‘Vrouwen en ondernemerschap‘. Van een voorzitter van een ZZP-netwerk zou je verwachten dat hij er voor alle ZZP’ers is. Niets is minder waar. Want wat blijkt? Volgens Jerry Helmers zijn vrouwen geen ondernemers en dus ook geen ZZP’ers.

Laat ik eens beginnen met zijn conclusie:

Met die uitzonderingen werk ik wél graag samen. Ik hoor ze nooit klagen over de ingewikkelde keuzes waartoe het leven je soms dwingt. Het zijn flinke vrouwen, ze hebben haren op de tanden, ballen in de broek en staan waarschijnlijk rechtop als ze moeten plassen. Als ik met hen samenwerk, dan is het net alsof ik met een kerel aan tafel zit. En dat is prettig werken. Want alleen zo kunnen we de klant optimaal bedienen en wordt succesvol ondernemerschap bereikt.

Wat staat hier nu? Dat ondernemers mannen moeten zijn. En als ze geen man zijn, dan moeten ze een mannelijke mentaliteit hebben. Want vrouwen zonder die mannelijke mentaliteit (over mannen met een vrouwelijke mentaliteit rept Helmers niet) kunnen niet succesvol ondernemen. En waarom niet, volgens Helmers? Omdat bij hen ZZP niet staat voor Zelfstandige Zonder Personeel, maar Zelfstandige Zonder Prioriteiten.

Nou, Jerry, have I got news for you. Ondernemers zijn er in alle soorten en maten. Er zijn ondernemers die het nodig en/of leuk vinden (want die twee gaan lang niet altijd samen) om 60, 80 of zelfs 100 uur per week in hun onderneming te steken en om vrijwel dag en nacht beschikbaar te zijn voor hun klanten. Aan de andere kant van het spectrum staan ondernemers die het urencriterium van 1225 uur per jaar maar net halen en die kiezen voor het ondernemerschap omdat ze dan (inderdaad) vrij zijn om hun eigen tijd in te delen en tijd hebben voor de andere zaken in het leven die ze minstens net zo belangrijk vinden als hun bedrijf. Sommigen doen dat omdat ze niet anders zouden willen, anderen omdat ze niet anders kunnen. Maar het maakt ze geen slechte of onsuccesvolle ondernemers.

Jerry Helmers diskwalificeert een grote groep vrouwen puur en alleen op het feit dat ze ervoor kiezen hun dagen zo in te delen dat ze hun kinderen van school kunnen halen. Ze kunnen daarom niet altijd op stel en sprong komen opdagen als hij ze nodig heeft en dat maakt ze slechte ondernemers. Hij schrijft:

Het valt me namelijk op dat ze vooral voor het éénpit-ondernemerschap kiezen omdat ze het zo fantastisch kunnen combineren met de zorg voor hun kinderen en het huishouden. Ze willen om half 3 ‘s middags bij school staan en zoeken flexibiliteit als het kind een dagje ziek is of naar de tandarts moet. Bovendien willen ze op woensdagmiddag mee naar de voetbal-, hockey- of tennistraining, dan wel ballet- en/of gitaarles. Blijkbaar geloven deze moeders oprecht in het sprookje van part-time ondernemerschap.

Begrijp me niet verkeerd: deze dames mag uiteraard geen goed moederschap en een schoon huis worden ontzegd, maar de verontwaardiging bij deze vrouwen is altijd onevenredig groot als ik besluit dat ik hen niet wil betrekken in mijn projecten. Mijn klanten staan namelijk centraal en die willen ook ná half 3 ‘s middags onvoorwaardelijk worden bediend.

Nu zou je denken dat die klanten dan wel heel belangrijk en urgent werk te vergeven hebben. Werk dat absoluut op bepaalde tijden gedaan moet worden omdat anders de boel in het honderd loopt. Maar nee. Jerry is “uw betrouwbare en ondernemende bondgenoot in communicatie, PR, uitgeverslogistiek, reclame, copywriting en commerciële en journalistieke tekstschrijverij”. Dat zijn toch bij uitstek gebieden waarin het niet uitmaakt waar of wanneer het werk wordt gedaan, zolang het maar op tijd af is. Wat maakt het zo’n klant uit of zijn teksten om vier uur ‘s middags door een fulltime werkende man worden geschreven of tegen middernacht door een vrouw die ‘s middags nog op het schoolplein stond? Als die teksten maar precies zijn waarom hij heeft gevraagd, op tijd en binnen het budget. En als het aanspreekpunt van de klant (en dat zal in de meeste gevallen Jerry Helmers zijn) maar bereikbaar is tijdens de kantooruren van de klant.

Laat Jerry Helmers dus maar doen waar hij goed in is: zijn klanten centraal stellen door er fulltime voor ze te zijn. En laat mij ‘s middags mijn kind van school halen, meegaan op schoolexcursies, bij mooi weer lekker in de tuin werken, mijn boodschappen doen op rustige momenten en het werk voor mijn klanten doen wanneer dat mij uitkomt. Die strategie heeft mij in de tien jaar dat ik ZZP’er ben geen windeieren gelegd. Ook al ben ik vrouw.